Ineens bedenk ik me dat ik over 3 maanden ‘al’ 30 word. Slik. Een mijlpaal. Is het een mijlpaal? Je kijkt terug op je leven. Klopt het beeld met wat je toen had, hoe je toen wilde dat je leven er nu uit zou zien?
Bij mij niet. In de verste verte niet. Ik zag me in een baan waar ik plezier in had. Misschien wel een eigen bedrijf. En hard werken met inmiddels al heel wat jaartjes ervaring opgebouwd. Nog geen kinderen maar al wel richting huisje, boompje, beestje. Veel van de wereld gezien en vrienden om me heen die ik al vanaf lagere schooltijd kende.
Ik had alleen niet ingecalculeerd dat ik de helft van de 30 jaren bezig was met ziek zijn…
En dan loopt je leven ineens heel anders dan uitgestippeld, een leven waar je niet voor hebt gekozen maar waar je in wordt gegooid. Je moet wel.
Toen ik ziek was voerde ik een constant gevecht om beter te worden. Ik had een fulltime baan aan alle consulten met artsen, onderzoeken in verschillende ziekenhuizen, behandelingen en operaties. Het was mijn daginvulling, iets anders was er niet. Paste ook niet. Alleen al omdat mijn lichaam het niet aankon. Ik verveelde me niet, dacht niet vaak na over de toekomst en keek al helemaal niet terug, ik leefde bij de dag. Ik keek ook niet om me heen maar was vooral met mezelf bezig. De piramide van Maslow, en ik zat op de onderste tree.
Ik dacht altijd, toen ik middenin het ziekteproces zat, dat die periode het zwaarste was. Maar de periode daarna is dat ook. De periode waar ik nu in zit. Misschien zelfs nog wel zwaarder. De opbouwfase, een soort niemandsland waar het even stil is. En als je 15 jaar een orkaan gewend bent, is dat erg wennen. Soms zelfs saai. Je moet omschakelen en ervan leren genieten. Er de mooie kant van te zien. Want natuurlijk is die er. Wat is nu mooier dan je lichaam weer in het gareel te krijgen en aan je toekomst te kunnen werken?
Maar dan ben je er nog niet, het opbouwen is ook een gevecht, een ander gevecht...
Het gaat nu zo goed met me dat ik vooruit wil kijken. Dat ik aan de toekomst kan gaan denken, en eraan kan werken. Maar dat ik ook achteruit kijk. En dat is confronterend. Ook nu voer ik een gevecht. Een gevecht om weer terug te komen in de maatschappij. Een gevecht om te accepteren dat mijn leven anders is gelopen. Want pas zodra het beter gaat, begint de verwerking en kun je alles een plekje geven. Ik moet wennen aan de positieve dingen die er gebeuren, ik ben alleen tegenslag gewend. Ik moet wennen aan dit andersoortige gevecht.
Ik begin om me heen te kijken. Naar de mensen, de veranderingen. En dat is schrikken. Leeftijdsgenoten zijn doorgegaan met hun leven. Natuurlijk, logisch. Maar ik word even flink met de neus op de feiten gedrukt dat ik een heel stuk gemist heb. Een stuk heb overgeslagen. Een zwart gat, en niet alleen in mijn CV. De mensen om me heen hebben een carrière opgebouwd, hebben dingen gedaan waar ik de kans nog niet voor heb gekregen en zijn begonnen aan de eerste stapjes van een gezin.
Kan ik dat nog wel inhalen? Die hele hap uit mijn leven? Valt dat nog in te halen, of blijf ik altijd achterlopen? En krijg ik de kansen, of is het voor sommige dingen al te laat? Op mijn 14de werd ik ziek en ergens vanaf mijn 18de was het alleen nog maar overleven. En nu, bijna 30, kan ik verder. Nou ja, verder, ik begin weer vanaf nul. Ik ben onderweg alles kwijtgeraakt en heb geen dingen op kunnen bouwen. Tenminste, niet de o zo belangrijke basis.
Ik was er niet even een jaartje tussenuit door een burn-out. Het is 15 jaar, een hele grote periode om te overbruggen. Ik ervaar dat veel werkgevers niet om me zitten te springen, je bent een risico. Iedereen wordt tegenwoordig geacht aan het werk te gaan, maar de weg erheen is behoorlijk lastig merk ik als Wajonger. Ik kan niet zomaar op iedere op het eerste gezicht geschikte vacature reageren. Ineens word ik geconfronteerd met mijn jarenlange uitval. Maar ik weet dat als ik uiteindelijk die werkgever vind die mij ziet als een uitdaging en ik de kans krijg me te bewijzen, het wel goed komt.
Iemand zei tegen me: “Life is like a box of chocolates. You never know what you’re gonna get…” de memorabele quote uit de film Forrest gump.
En die gedachte wil ik vasthouden. Ik wil geloven dat iedereen een doosje vol bonbons heeft gekregen, hun leven. Het is net welke wegen je bewandelt en welke keuzes je maakt of voor je worden gemaakt. En ik wil geloven dat ik de lekkerste chocolaatjes nog uit dat doosje mag pakken. Ik heb eerst de minst lekkere gekregen en nu kan mijn genieten beginnen. Wanneer weet ik niet, maar het komt. Natuurlijk zitten er nog een paar minder lekkere bij, maar de luxe met de toefjes en nootjes liggen nog voor mij onderin het doosje bewaard.
juli 2011