BramBram

Vrouwen en kaart lezen: een ramp! Althans, het is een veelvoorkomend euvel. Mijn zus bijvoorbeeld is er een enorme ster in, dus laat ik niet alle vrouwen over één kam scheren. Laat ik het dan vooral over mezelf hebben: ik ben er een grote kneus in. Mijn richtingsgevoel is bij de ontwikkeling in de baarmoeder geloof ik achterwege gelaten. Mij kaart laten lezen is geen pretje. “Hier hadden we naar links gemoeten”. Of “volgens mij rijden we nu de andere kant op”. Oja? Is het antwoord, Als je de kaart weer normaal draait niet…
God zegenen dus de Tomtom! Heerlijk zo’n machine die je de weg wijst, en nog de goede ook. Hij (ik zie hem graag als man) blijft rustig als ik een fout maak; “Probeer om te keren. Of iets dreigender: ‘Keer om!”.  En hij vindt het niet erg als we te laat aankomen. Alleen het rode cijfertje herinnert me daaraan. Te snel rijden bij een flitspaal, nee, dat apprecieert hij niet zo.

Nadat ik een tijdje ben vreemdgegaan met een vrouw met Belgisch accent, Cora genaamd, en één of andere Hagenees waar ik ontzettend gestrest van werd, ben ik toch maar weer overgestapt naar de oude vertrouwde Bram. Onze bram heeft een geweldig rustige en kalme stem en een goede uitwerking op mij. Hij is alleen een niet al te beste gesprekspartner. Zijn vocabulaire is beperkt. “Hou rechts aan”. Bij de volgende naar links”. “Neem de afslag, daarna, ga de snelweg op”. En een favoriet natuurlijk: “Bestemming bereikt”. Dan lijkt hij haast trots op me. Ik heb hem nog nooit op een spelfout betrapt. Wat zou het toch leuk zijn als hij ineens iets anders zegt, iets wat je niet verwacht. “Nee sukkel, hier had je naar links gemoeten!”. Of “Geintje, je bestemming is aan de andere kant van de stad!”. “Zullen we nog even een hapje eten bij de Mac Donalds?”. “Wat zit je haar leuk vandaag”.

Ik moet je eerlijk bekennen dat ik hem weleens uitdaag. Kijken of hij toch niet de neiging heeft iets anders tegen me te zeggen. Of hij in een geintje trapt of zich uitgedaagd voelt. Je hebt door die zachte kalme stem toch het gevoel dat er iemand bij je in de auto zit die je steunt waar nodig. Die je helpt als je de weg niet kunt vinden. Dat schept toch een band. Ik praat daardoor weleens terug, dat gaat vanzelf. “Jaaaa, ik doe toch wat je zegt?”. “Hè, hier al naar links, de volgende toch?”. Tja natuurlijk weet ik dat dit niet bij hem binnenkomt, maar het is een automatisch iets.

Beperkt vocabulair, luistert niet naar me, hij moet perse regelmatig zijn dingetje ergens insteken om op te laden en is eigenwijs; wil soms maar wegen blijven berijden die toch echt niet de handigste zijn, zoals die met de pont of over de dijk. Ik kan het nog zo vaak aangeven, maar hij blijft het doen omdat hij vindt dat het wel de beste weg is! Maar hij steunt me ook waar nodig, blijft rustig als ik in paniek raak en kan enorm goed kaartlezen.

Ja een übermann, vandaar denk ik dat dit machientje niet èèn maar twee mannennamen van zijn ontdekkers heeft gekregen...

 

30 maart 2010

 

  •