Ik had er vannacht weer één

Ik had er vannacht weer één. Urenlang heb ik liggen woelen en om me heen geslagen als ik hem in de buurt hoorde, en soms zelfs voelde, komen. Helemaal onder de dekens ging ik, net zolang totdat ik het te heet kreeg en adem tekort kwam. Totdat ik het zo zat was dat ik tot actie overging. In mijn pyjama stond ik slaperig op het bed met een opgerold tijdschrift strijdklaar. Maar het is alsof dat minibeestje op lange pootjes je al van verre aan voelt komen, hij was me steeds weer te slim af. Na elke goed gecoördineerde doodsslag met het verkreukelde tijdschrift, zat het verdomde ding rustig een klein stukje verder me uit te lachen. Tenminste, zo voelde het.

Ik weet niet wat er vervelender is aan zo’n indringer: het irritante gezoem wat overal vandaan lijkt te komen, of het idee dat er straks door middel van scherpe tandjes in je wordt gebeten en er druppels bloed uit je wordt gezogen.

Afgelopen week heb ik toevallig een stukje gelezen over dit irritante vliegbeestje. Het schijnt dat ze een enorme hekel hebben aan tocht. In een poging van dit vervelende mormel af te komen zet ik mijn ramen tegen elkaar open. Helaas is het windstil…
Mijn ventilator is ook geen optie, aangezien het dan net lijkt alsof er een helikopter naast mijn kussen landt. 

Citroengeur, daar schijnen ze ook niet van te houden. Maar die van mij wel. Zelfs als ik mezelf helemaal zou onderdompelen in een bad met citroensap, dan nog vindt hij me lekker.

Ook een goede manier om die insecten tegen te houden, is een hor. Voor al mijn ramen en mijn deur heb ik met de uiterste zorg horretjes geplaatst. Maar ze weten zich er toch een weg door te banen. De enige die erin verstrikt raakt ben ik.

Toen bedacht ik me dat ik nog een flacon DEET in mijn nachtkastje had liggen. Ik besloot al mijn blote delen ermee in te smeren. Wat zeg ik: ik deed meteen alles, wie weet hoe slim zo’n beestje is. Helaas bleek ík meer last te hebben van het smeersel dan mijn ongewenste huisgenoot. Het begon over mijn hele lichaam te jeuken, mijn ogen begonnen te tranen en met het inademen voelde de substantie nu niet echt longvriendelijk.

Overigens moet ik nog wel even iets rechtzetten. Ik heb het hier steeds over een “hem”, maar het blijkt dat alleen de vrouwelijke variant steekt. De man houdt het bij stuifmeel. Waar is de vrouwelijke solidariteit gebleven?

Aan het einde van deze onrustige nacht ontdek ik dat het onding me toch heeft weten te steken. Blijkbaar stak er ondanks alle zorg toch nog een stukje vlees onder de dekens vandaan: mijn kleine teentje. Overigens heb ik hem, of nee haar, de rest van de nacht niet meer horen zoemen.

Misschien is dat wel de oplossing: je bewust laten steken met als gevolg een kriebelende bult, zodat het vliegende monster in een hoekje zijn lippen aflikt en je daarna met rust laat. Scheelt ook weer wat geplette lijkjes op het plafond. En dan natuurlijk maar hopen dat er niet meer vrouwen in mijn slaapkamer ronddwalen….

  •