Mijn zwarte panter

Ik woon samen met Joey, mijn huisgenoot. Een grote zwarte harige eigenwijze lieve kater. Elke morgen wanneer hij het tijd vindt dat ik wakker word, maar ik het liefst nog een tijdje wil blijven liggen in dat warme holletje, komt hij bovenop me zitten en kijkt me strak aan. Hij doet dat zo indringend dat ik het door mijn oogleden heen voel prikken. Je herkent het wel, dat je gewoon voelt dat er iemand naar je kijkt. Als deze truc niet helpt begint hij met zijn pootje in mijn gezicht te wrijven. Met nagels in gelukkig. Vaak draai ik me dan kreunend om waardoor hij van zijn strategisch gekozen plek moet veranderen. Maar dan ben ik helaas nog niet van hem af: daarna zijn mijn tenen de klos. Meestal geef ik me dan over, aan mijn tenen geen geknabbel!

Nog zoiets: de kattenbak. Het mooie van een kat vind ik dat je hem kunt leren om zijn behoefte netjes op een bakje vol naar bloemengeur ruikende (die van mij in ieder geval) korrels te deponeren. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo presteert hij het om precies wanneer de visite komt, te gaan zitten wroeten in zijn bloementuintje. Doordat het een joekel van een beest is, versie panter, zit er geen overkapping over zijn sanitair. Ik zag al visioenen voor me dat ik hem dood zou vinden in de kattenbak; “gestikt in zijn eigen geur omdat hij de uitgang niet meer kon vinden”. Maar dat heeft wel een nadeel: dus ook geen geurfilter, met alle gevolgen van dien... Als het hoopje gelegd en begraven is, worden de pootjes grondig geschud waarna de halve inhoud van de roze plastic bak, ja stond wel leuk bij m’n keuken, over de pasgezogen vloer rolt. En stel je dan maar voor dat ik, nog aan het bekomen van de invasie om me uit bed te krijgen, met mijn blote voeten in die leuke kleine korreltjes trap.

En toch, toch is het een lieverd. Dat weet hij. En maakt hij gebruik van. Als hij iets voor elkaar wil krijgen bij de baas (tja zo blijf ik mezelf noemen, maar of ik dat nu echt ben?) kijkt hij met een heel lief kopje, een beetje geeuwend met een zacht geluidje en de tong iets gekruld. Dan nog even op de achterpootjes gaan staan en een schattig mauwtje erbij, en als klap op de vuurpijl in een onweerstaanbare houding op de grond gaan liggen. Je moet wel heel stevig in je schoenen staan wil je niet in dit vooropgezette plan trappen!

En mijn panter weet één ding zeker: het werkt.

 

  •