Een brief aan morgen

Ik ben zo blij met je, lieve morgen!

Langzaam word ik wakker door de opkomende zon die mijn gezicht verwarmt. Ik rek me uit en wil opstaan. Een alledaagse dag, zo lijkt het. Weer een morgen begonnen. Ineens besef ik: weer een nieuwe morgen, weer een nieuwe dag! Ik mag nog een dag genieten van het leven en de mooie wereld om mij heen.

Ik ben zo blij met je, morgen. Bijna was ik je kwijtgeraakt. Bijna was je uit mijn zicht verdwenen. Ik zou je zo verschrikkelijk missen. Dat drong pas tot me door toen ik je haast kwijt was. Toen het net niet te laat was. Ik heb gevochten om je bij me te houden, lieve morgen. Die morgens waren heel erg zwaar, een overlevingstocht. En heel soms wilde ik even geen morgen meer. Zeker als er weer een operatie gepland stond, of een vervelend onderzoek. Toch ging ik door voor jou, mijn morgen.

Je bent me erg dierbaar. Misschien omdat ik nog jong ben en nog vele morgens wil beleven. Of misschien omdat er nog bijzondere morgens moeten komen, zoals een baan, trouwen en een geboorte. Ik heb mijn morgens nog niet ten volste kunnen benutten. Dat haal ik nu wel in, beseffende dat de morgens die je nog voor je lijkt te hebben ineens kunnen vervallen. Je kunt ze niet opsparen, dus elke morgen proberen te genieten en je dromen en doelen uit laten komen. Niet wachten tot er weer een morgen komt, want morgen wacht niet op jou...

 

 

Schrijfwedstrijd juni 2011 PostNL